Geschiedenis

Ab de Greef en Geurt Timmer over het tolhuis en de smederij

‘Met een smidsvuur, een hamer

en een aambeeld viel al veel te maken’

geschiedenis1Huishoudelijke artikelen, haarden en kachels en een garage. De tank van de benzinepomp ligt nu nog in de grond.

Door Ben de Graaf

HOEVELAKEN-Het paard laten beslaan, een kachel kopen of porselein. Zelfs een auto huren, een taxi bestellen, rijlessen nemen of benzine tanken-het kon allemaal bij Hendrik de Greef. Mijn vader was een koopman met een vooruitziende blik, zegt zoon Ab nu. Begin jaren vijftig raade hij me aan piloot te worden. In de lucht was volgens hem nog ruimte, op de grond zou het veel te druk worden met al die auto’s. In 1954 nam De Greef de vulcano over en zette Timmer de smederij voort.

Hendrik Diederik de Greef kwam in 1926 als hoefsmid naar Hoevelaken. Zijn vriendin mocht nog niet mee. Eerst wilde hij weten of hij als smid in Hoevelaken de kost kon verdienen; pas dan mocht ook zijn vriendin zich bij hem voegen. Een jaar later had hij vertrouwen in de goede afloop en trouwde hij. Hij begon zijn smederij niet op de huidige plek, maar aan de overkant van de westerdorpsstraat. Pas in 1933 nam hij het tolhuis over – van hereboer Hein van Manen die zelf een grote boerderij bewoonde op de plaats waar nu het gemeentehuis staat – en bouwde hij zijn eigen smederij. Volgens zijn zoon Ab betekende dat hard werken, van zonsopgang tot zonsondergang. Zijn vader had een ondernemende geest, pakte alles aan, durfde veel. Werd door de omgeving soms voor gek verklaard. Al gauw bood het vierkante gebouwtje ook plaats aan een garage waar auto’s verhuurd werden. In een tijd dat bij wijze van spreken alleen de dokter nog in een auto reed. Voor 5 cent per kilometer was dit eigentijdse vervoermiddel te huren. Bijvoorbeeld voor een dagje uit naar Putten; de hele dag zat hij dan in zijn rats of de auto wel zonder deuken terug zou komen. Gemeentesecretaris Bartelsman liep mank en huurde permanent een ‘Chevrolet-twee-zitter’. In feite had De Greef toen al een leasemaatschappijtje.

Maar in het gebouw was ook een winkel te vinden met haarden en kachels, petroleumstellen en -later- huishoudelijke artikelen. Wat de huis hoodelijke artikelen betreft was hij in een felle concurrentiestrijd verwikkeld met zijn buurman Gert Schimmel. Ab kan zich nog herinneren dat zijn vader ’s morgens in alle vroegte bij de buurman langsliep om te kijken hoe de potten en pannen daar geprijsd waren. De Greef ging er dan met zijn eigen prijs steevast een dubbeltje onder zitten. Ook was het huis te klein toen Ab bij Schimmel voor een stuiver knikkers kocht. Dat deed je niet bij de concurent – zelfs al had die de mooiste knikkers van het heledorp.

Voor de winkel stond een benzinepomp, voor eigen gebruik, voor de enkele Hoevelakers met een auto en voor het passerend verkeer. De Rijkstraatweg door hoevelaken was een belangrijke verbinding tussen Amersfoort en Apeldoorn, daarom kon de benzinepomp op de nodige klandizie rekenen.Maar het familiebedrijf herbergde ook een rijschool – een van de eerste in Hoevelaken. Dochter Leida gaf na de oorlog rijlessen in een jeep; de dubbele bediening had haar vader er zelf ingemaakt. En tenslotte kon bij De Greef ook een taxi besteld worden. Zijn taxi’s reden veehandelaren naar de markt in Purmerend of brachten leden van de kerkenraad naar Friesland om een eventueel aan te stellen dominee te horen.

geschiedenis2Dit deel van het dorp heeft vergeleken met vroeger een totaal ander aanzien gekregen

Knikkerborden

Ab groeide op in het tolhuis met de rieten kap, aan het begin van de Stoutenburgerlaan. Toen de Stoutenburgerlaan nog dienst deed als toegangsweg naar het landgoed Stoutenburg en het kasteel, sloot een hek de laan af. De vereiste tol moest aan portier Veldhuizen betaald worden. Het hek verdween in 1933; in het jaar daarvoor was Ab geboren

Terugkijkend op zijn jeugd in het tolhuis denkt Ab aan sjoelen en dammen, aan Paul Vlaanderen op de radio en aan De Bonte Dinsdagavondtrein. Kaarten mocht niet, want dat was volgens de christelijke leer’het spel des duivels’. Hij herinnert zich dat het spel ‘Eenentwintigen’ met kaarten niet mocht, maar met dominostenen wel. Ook kan hij zich nog levendig de knikkerborden voor de geest halen, waar de knikkers tussen spijkertjes doorgestuurd moesten worden. Aannemer Henk Roersen maakte die dingen, weet hij nog. Zijn grote hobby was sleutelen aan motoren en auto’s. Hij reed wel eens een taxirit, maar verder werd hij niet echt in het bedrijf van zijn vader ingezet. Zijn vader wilde dat hij doorleerde. In zijn eigen jeugd had zijn vader de kans niet gehad. Toen zijn vader 14 jaar oud was moest hij gaan werken als smidsknecht bij een smid in Garderen. Dat leverde behalve de kost en inwoning 25 cent per week op. Maar er was thuis een mond minder te voeden, daar ging het om. Doorleren? Nee, dat kwam begin deze eeuw niet eens ter sprake.

Hij beschrijft zijn vader als een echte koopman met de geest gericht op de toekomst. Zijn vader vond bijvoorbeeld dat hij zijn vliegbrevet moest halen, want ‘in de lucht was tenminste nog ruimte’. Begin jaren vijftig zag zijn vader al aankomen dat het op de grond vol zou lopen met auto’s. Ook was Hendrik de Greef niet bang grote – zakelijke – stappen te nemen. Bijvoorbeeld in 1954, toen hij vulcano overnam. Mensen uit het dorp mompelden dat dit hem zakelijk gezien de kop zou gaan kosten. Ab:’Het was toen nog een klein vulcaniseerbedrijfje, een beetje verlopen, niet veel meer dan een failliete boedel.’ Maar met de explosieve toename van het aantal auto’s nam ook het aantal banden toe dat gevulcaniseerd moest worden.

‘Mijn vader was meer de koopman en ik de techneut’ verteld Ab. ‘in het begin deden we autoreparatie en verhuur, maar al gauw zijn we ons gaan richten op de banden. Daarna begon het bedrijf te groeien. In 1982 hebben we de grote brand gehad – een ramp – en in 1991 hebben we het bedrijf verkocht aan Michelin en werd het Euro Master’.

geschiedenis3

Strontorgels

Toen Ab samen met zijn vader de overstap naar Vulcano maakte, nam Geurt Timmer de smederij, de winkel en het tolhuis over. Eerst door het te huren, later door het te kopen. Voor hij dat deed reed hij eerst het dorp rond om te kijken oef er wel genoeg boeren woonden om in Hoevelaken als hoefsmid zijn eigen bedrijf te beginnen. Al gauw stopte Timmer met de huishoudelijke artikelen en legde zich toe op haarden en kachels. Later deed de gashaard zijn intrede en zo rond 1965 de centrale verwarming.

‘Maar ik ben in mijn hart altijd meer smid geweest dan winkelier’, zegt Geurt Timmer. Met in de beginjaren veel minder apparatuur dan tegenwoordig. ‘Maar met een smidsvuur, een hamer en een aambeeld kun je veel maken’, aldus de smid die het bedrijf op 63-jarige leeftijd overdroeg aan zijn drie zoons

Naam

Als smid maakte hij naam met zijn giertanks – in Hoevelakense volksmond ook wel gierbakken of strontorgels genoemd. Hij stelde de Timco-giertanks ten toon op de landbouwbeurs in de RAI en verkocht er honderden van door het hele land.

In 1960 stopte hij met de verkoop van benzine. Hij kreeg geen erkenning als garagehouder en liep daarom kortingen mis. Later heeft die benzinepomp de gemoederen nog beziggehouden. Toen het kruispunt voor zijn huis opnieuw werd aangelegd, lagen de werkzaamheden enkele dagen stil vanwege een onderzoek naar bodemvervuiling. Want de tank van de benzinepomp lag nog steeds in de grond. Timmer verkocht de strook grond met daarin de tank in 1960 aan de gemeente. Uit het onderzoek bleek dat de verontreiniging meeviel en dat niet ingegrepen hoefde te worden. De tank is dan ook gewoon blijven liggen.

Van lieverlee bouwde Timmer een compleet nieuw bedrijf. Eerst de werkplaats en in 1965 ook de winkel en het woonhuis. Hij herinnert zich de sloop van het tolhuis nog goed: ‘De aannemer zei dat hij alles in een dag weg zou hebben. Dat geloofde ik niet. Maar ’s morgens begon een bulldozer te draaien, de hele dag reden zes vrachtwagens af en aan en ’s avonds restte niet meer dan een groot gat. In een dag was inderdaad alles weggeschept. Dat was toch wel even slikken, tenslotte waren al mijn kinderen in het tol huis geboren en lagen er veel herinneringen.’

‘Maar’ ,laat zoon Albert later weten, ‘het huis was verrot. De klimop die aan de voorgevel grooeide, groeide ook bij ons op zolder. Die woekerde dwars door het dak heen.’

geschiedenis4De klimop van het tolhuis groeide dwars door het dak

 

 

 

 

 

geschiedenis52004

Firma Timmer in Hoevelaken viert dit jaar het vijftigjarig-bestaan en dat mag best uniek worden genoemd. Installatiebedrijf Timmer is een heus familiebedrijf. Vader is inmiddels 79 jaar.

Hij heeft de zaak vijftien jaar geleden al overgedragen aan zijn zoons Wim, Albert en Ferdinand.

© Copyright 2007. All rights reserved. Contact: evan@fatimmer.nl